Carla Wijnmaalen (ik weet niet precies wie dat is, maar ze is erg dol op de VVD) en Diederik Samsom (PvdA) hadden gisteren op twitter een discussie over Cordoba. Dit naar aanleiding van de speech van Geert Wilders in New York.
Is Cordoba een symbool van religieuse tolerantie (drie geloven in één gebied die in vrede samenleven) of een symbool van religieuse onderdrukking (Joden en Christenen die als dhimmis belasting moeten betalen en bepaalde kleding moeten dragen)?
Een fout die vaak gemaakt wordt bij een dergelijke discussie is de zaken aan de actualiteit te relateren. Nee, nu zouden wij het niet tolerant vinden om extra belasting te moeten betalen om onze godsdienst uit te mogen blijven oefenen. Maar dat zegt niets over de historische werkelijkheid.
Context is altijd belangrijk. Wij mogen dan nu wel de universele verklaring van de rechten van de mens hebben (1948), de Geneefse Conventies (1949) en de werken van John Locke (17e eeuw), maar laten we wel zijn: het grootste deel van onze geschiedenis waren die er niet en zelfs nu worden deze nog niet overal nageleefd. Beetje kort door de bocht dan om te verwachten dat de gemiddelde Middeleeuwer zich precies volgens onze normen en waarden zou moeten gedragen.
Hoe komen we er dan wel achter waar het het beste toeven was in de Geschiedenis voor zo veel mogelijk mensen? Dit is vrij simpel eigenlijk. Kijk naar de minderheden. Waar kon je als minderheid vroeger het beste verblijven? Waar had jij de meeste kans om je leven zelf in te richten?
Welke minderheden zijn hiervoor geschikt? Vooral minderheden zonder eigen basis. Nowhere to run, nowhere to hide. Dit komt neer op Joden en homoseksuelen.
Waar hadden Joden en homoseksuelen het het beste? Tot zeker de 19e eeuw was dit niet in het westen, niet in Christelijk Europa. Een deel van de 20e eeuw stond daarnaast in onze contreien in het teken van het uitroeien van Joden en homoseksuelen. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam hier de kanteling en maakten we ons hier iets meer druk over mensenrechten voor iedereen. Daar was dus die Tweede Wereldoorlog voor nodig geweest; het ergste van het ergste moest hier gebeuren voor we het een beetje door gingen krijgen. Niet dat het hier sindsdien een paradijs voor deze minderheden is, maar het is beter dan het was. En blijkbaar zijn wij in het westen daar zo trots op dat we nu neerkijken op de rest van de wereld. Wat gaat die rest van de wereld toch slecht om met minderheden, wat doen wij dat toch goed.
Het grootste deel van de geschiedenis was dat dus niet zo en werden deze minderheden nergens erg goed behandelt, maar waren er wel plaatsen en perioden waarin het beter ging dan anders.
De Joden zijn een heel mooi voorbeeld hiervan. Dit komt omdat zij ook vaker in de bronnen terecht zijn gekomen in tegenstelling tot de meestal niet als bestaand erkend wordende homoseksuelen. Sinds de Joodse Diaspora (586 v. Chr.) is dit volk op drift geweest. Tot de ontdekking van Amerika verspreidden de Joden zich over geheel de bekende wereld. Ook in Europa vestigden Joden zich. Dit gaat lang relatief goed. Joden worden wel gemeden door de Christelijke bevolking, maar nog niet als groep vervolgd. Een enkel incident daargelaten kan iedereen in relatieve rust en vrede leven. Joden mogen vrijwel geen enkele soort werk uitvoeren, maar weten op te bloeien in datgeen men wel mag doen: geld uitlenen. Dit is een riskant beroep in die tijd: leen geld uit aan vorsten en misschien stijg je in aanzien en krijg je een beetje meer macht en bescherming. Maar de makke met vorsten is: zij hebben de macht om jou, wanneer het hen dat het beste uitkomt, zonder pardon het land uit te zetten. Dit gebeurt dan ook regelmatig.
Daarnaast zijn de Joden natuurlijk de ultieme zondebok voor alles wat er maar mis kan gaan. Dit wordt erger naarmate de Christelijke devotie toeneemt. Heel lang is dat Christendom maar een dun laagje met daaronder nog een bulk aan heidens denken. Dit verandert. Mensen hebben behoefte aan meer diepgang. Rond de 10e eeuw verandert het beeld dat men van Christus heeft. De Christusverering kent drie fasen: Christus de levende God (tot ca. de 5e eeuw), Christus de tronende heerser (bloeitijd Byzantium) en de lijdende Christus (vanaf 10e eeuw).
Er worden passiespelen opgevoerd (denk Passion of the Christ met minder special effects), Christus komt stervend aan het kruis te hangen, men gaat zich identificeren met de treurende Maria, kortom: het lijden van Christus komt centraal te staan. Dit lijden maakte hem namelijk meer menselijk en daardoor zou de gelovige dichter bij Christus kunnen komen.
Maar ja, wie was er volgens de bijbel verantwoordelijk voor de dood van Christus? Ja, de Romeinen, maar die waren er niet meer. De Joden hadden volgens het evangelie van Matthëus ook een hand in het sterven van Christus gehad. Zij werden voortaan als schuldige aangewezen en daarmee als een vijand van Christenen. Tijdens de godsdiensteuforie van de kruistochten begon men op grote schaal gebieden van Joden te ontdoen. Het woord holocaustem verschijnt in de bronnen. Er worden massamoorden op Joden gepleegd.
Terwijl eigenlijk op dat moment maar een klein deel van de Joden in West-Europa was gaan wonen. Er woonden veel meer Joden in Oost-Europa (Galicië; nog niet zo vroom als het Westen, later werd het hier een stuk minder), Byzantium (later het Ottomaanse Rijk) en in Arabië. Hier ging het, in vergelijking, eigenlijk best wel goed met de Joden. Wel waren ze vrijwel overal tweederangs burgers en incidenteel was er sprake van geweld tegen de Joden, maar nooit was er sprake van systematisch geweld en uitzetting. In de 19e eeuw verslechterde de situatie langzamerhand. Dit valt eigenlijk samen met de neergang van het Ottomaanse Rijk.
In Marokka is een meer dan 2000 jaar oude Joodse gemeenschap, in Turkije een meer dan 2400 jaar oude gemeenschap. Met beide gemeenschappen ging het tot 1948 vrij goed. Sinds de oprichting van de staat Israël zijn de zaken verslechterd.
Tijdens de kruistochten hadden de moslims en joden van Jeruzalem nog samen de stad verdedigd tegen de kruisvaarders.
In Nederland is er sprake van een grotere Joodse gemeenschap nadat de godsdienstvrijheid praktijk werd in de 16e eeuw. Hoewel geweigerd in Haarlem, Utrecht en Middelburg, mochten de Joden uit Portugal (waar ze net uitgegooid waren) in Amsterdam verblijven. Er waren zoals gewoonlijk wel een aantal restricties. Joden mochten geen rechten studeren bijvoorbeeld en geen lid worden van een gilde, maar moesten natuurlijk wel belasting betalen. Naarmate er meer allochtonen naar Amsterdam kwamen (de place to be in de 17e eeuw) werden er speciale wijken ingericht naar afkomst. Sommige restricties werden pas na de Tweede Wereldoorlog opgeheven.
En homoseksuelen?
Ik ben van de generatie Foucault, die van mening is dat wij niet onze seksuele concepten in retrospectief kunnen toepassen op historische mensen die de concepten niet kenden. Homoseksualiteit heeft natuurlijk altijd bestaan, mannen zijn ook vroeger op mannen verliefd geworden enz. (dit zou het eerste bekende stel zijn),maar het concept homoseksualiteit is de historische mens vreemd.
Dat het er was en dat het redelijk gewoon was heeft veel te maken met de hiërarchische vormen van seksualiteit die men daar aantrof. Tegenwoordig tref je in het Midden-Oosten meer egalitaire vormen van seksualiteit aan naar Westers voorbeeld.
Maar het was er en je kon als homo meer openlijk jezelf zijn in het Egypte van de jaren 1890 dan in het Engeland van diezelfde tijd. De schrijver Oscar Wilde ging graag met zijn vrienden op vakantie in Noord-Afrika. In januari 1895 verbleef hij in Algiers met zijn Bosie (lord Alfred Douglas) en genoten zij van de liefde, de hasjiesj en de beeldschone Kabylische jongens. Helaas bleek de allermooiste jongen van Algiers volgens de gids niet te vertrouwen.1
In april werd Wilde in Engeland gearresteerd wegens zijn homoseksuele relatie met Alfred Douglas en op 25 mei van dat jaar werd hij veroordeeld tot twee jaar dwangarbeid. ‘
Tegenwoordig ligt de zaak anders. Als minderheid kun je maar beter in het Westen wonen. Het was echter niet altijd zo. Dat zou ons soms iets minder pedant moeten maken. Zo lang hebben wij het nu eenmaal ook nog niet door en juist doordat er sprake is van tolerantie in de geschiedenis van de Islam zouden we daar naar mogen verwijzen en vragen waarom daar een eind aan is gekomen en hoe die tolerantie terug kan keren. Laten we niet gaan doen alsof het er nooit is geweest en nooit weer kan bestaan in een Islamitisch land.
1. Oscar Wilde, Brieven (1997), 155-156.




